import type { Modelonderdeel } from "../types";

// ── Modelonderdelen: familie — punctuele erfovereenkomsten inzake de ────────
// inkorting. Toegelaten erfovereenkomsten (art. 4.243 e.v. BW) die, anders dan
// de globale erfovereenkomst (art. 4.216 e.v. BW, zie erfovereenkomst.ts) en
// de punctuele erfovereenkomsten inzake de inbreng (zie
// erfovereenkomst-punctueel-inbreng.ts), een punctueel akkoord sluiten over
// de inkorting van een schenking die het beschikbaar deel overschrijdt (art.
// 4.150, 4.152, 4.153 en 4.156 BW). Kunnen worden opgenomen in de
// schenkingsakte zelf (TUSSENKOMST van de reservataire/vermoedelijke
// erfgenamen) of, nadien, als een afzonderlijk contract/latere verklaring.
// Bron: Meester Ernst van Soest en Meester Lorette Rousseau, goedgekeurd door
// de Werkgroep ad hoc Familierecht, bijgewerkt tot 1 juli 2022 (integratie/
// drive-backup/). FR-spiegel in het -fr-bestand.

export const erfovereenkomstPunctueelInkortingOnderdelen: Modelonderdeel[] = [
  {
    id: "erfovereenkomst-punctueel-inkorting-afstand",
    titel: "Punctuele erfovereenkomst — afstand van de vordering tot inkorting",
    categorie: "erfrecht",
    omschrijving:
      "De reservataire erfgenamen van de schenker doen vervroegd afstand van hun recht om de inkorting van een welbepaalde schenking te vorderen (art. 4.152 BW), of stemmen in met de vervreemding van het geschonken goed en doen daarmee afstand van de vordering tot inkorting tegen de derde-verkrijger te kosteloze titel (art. 4.156 §2 BW). Kies de hypothese naargelang tegen wie wordt afgezien van de inkorting.",
    tekst:
      "Is/zijn hier tussengekomen (of, bij een later contract: is/zijn verschenen) {{namen_tussenkomende_erfgenamen}}, reservataire erfgena(a)m(en) van {{naam_schenker}} (de schenker), die erkent/erkennen door de instrumenterende notaris te zijn ingelicht dat, overeenkomstig artikel 4.150, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, giften die het beschikbaar deel overschrijden, bij het openvallen van de nalatenschap tot dat deel kunnen worden ingekort.",
    varianten: [
      {
        id: "afstand-inkorting",
        hypothese: "Vervroegde afstand van de vordering tot inkorting van de schenking zelf",
        tekst:
          "Overeenkomstig artikel 4.152, §1 van het Burgerlijk Wetboek doen de tussenkomende partijen afstand van het vorderen van de inkorting van de hiervoor bedoelde schenking, in het kader van de vereffening-verdeling van de nalatenschap van de schenker, en aanvaarden zij alle gevolgen van deze afstand, met inbegrip van het feit dat zij zelf geen voordeel meer kunnen genieten van de inkorting die door anderen zou worden gevraagd. Deze afstand geldt ook voor hun rechtverkrijgenden.",
        toelichting:
          "De totale waarde van de schenkingen vrijgesteld van inbreng die de schenker ooit deed, met inbegrip van de hiervoor bedoelde schenking, mag niet meer bedragen dan de helft van de rekenboedel (de netto-nalatenschap van de schenker bij zijn overlijden, vermeerderd met de waarde van alle door hem ooit geschonken goederen) — anders kunnen de vermoedelijke erfgenamen het teveel geschonkene bij de vereffening van de nalatenschap terugvorderen (inkorting). Door deze afstand kunnen de tussenkomende partijen de inkorting van déze schenking niet meer vorderen, zelfs al werd de helft overschreden, ook niet wanneer de inkorting door andere erfgenamen zou worden gevraagd; door deze afstand kunnen zij evenmin nog voordeel halen uit een inkorting die door anderen zou worden gevraagd. De afstand verplicht een tussenkomende partij niet om de nalatenschap later te aanvaarden; treden zijn afstammelingen in zijn plaats, dan blijven ook zij hierdoor gebonden. Let op bij de aanwezigheid van een (toekomstige) langstlevende echtgenoot: de rekenboedel dan aanpassen.",
      },
      {
        id: "afstand-tegen-derden-verkrijgers",
        hypothese: "Instemming met de vervreemding van het geschonken goed en afstand van de vordering tot inkorting tegen de derde-verkrijger te kosteloze titel",
        tekst:
          "Overeenkomstig artikel 4.156, §2, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek stemmen de tussenkomende partijen in met de latere (of, in voorkomend geval: de huidige) vervreemding van het geschonken goed, en doen zij daarmee afstand van het uitoefenen van de vordering tot inkorting tegen de derde die het goed onder kosteloze titel heeft verworven van de begiftigde, en tegen alle opvolgende begunstigden onder kosteloze titel. Deze afstand geldt ook voor hun rechtverkrijgenden.",
        toelichting:
          "Wettelijke achtergrond (art. 4.156, §2 BW): na voorafgaandelijke uitwinning van de goederen van de schuldenaar van de vergoeding voor de inkorting, en bij diens onvermogen, kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting in beginsel ook vorderen tegen de derde die het geschonken goed om niet verkreeg van de begiftigde (of van een opvolgende begunstigde om niet). Door deze instemming/afstand kunnen de tussenkomende partijen de inkorting nog enkel vorderen van de eerste begiftigde, niet meer van de latere derde-verkrijger(s) om niet. De afstand verplicht een tussenkomende partij niet om de nalatenschap later te aanvaarden; treden zijn afstammelingen in zijn plaats, dan blijven ook zij hierdoor gebonden.",
      },
    ],
    parameters: [
      { naam: "naam_schenker", omschrijving: "Naam van de schenker" },
      {
        naam: "namen_tussenkomende_erfgenamen",
        omschrijving: "Reservataire erfgena(a)m(en) van de schenker die afstand doen/instemmen (niet noodzakelijk alle reservataire erfgenamen)",
        voorbeeld: "de heer Peeters Tom en mevrouw Peeters Ines",
      },
    ],
    toepasbaarOp: ["erfovereenkomst", "schenking"],
    thema: "familie",
    soort: "MODCL",
    bron: "Punctuele erfovereenkomsten inzake de inkorting — Meester Ernst van Soest en Meester Lorette Rousseau, goedgekeurd door de Werkgroep ad hoc Familierecht, bijgewerkt tot 1 juli 2022 — integratie/drive-backup/",
    versie: "1.0",
    datum: "2026-07-12",
    wetsbasis: ["art. 4.243 e.v. BW (toegelaten erfovereenkomsten)", "art. 4.150 BW (inkorting van giften)", "art. 4.152 §1 BW (afstand vordering tot inkorting)", "art. 4.156 §2 BW (vordering tot inkorting tegen derden-verkrijgers)"],
    agentwenken:
      "Kies 'afstand-inkorting' wanneer de reservataire erfgenamen vervroegd afstand willen doen van hun recht om de schenking zelf te laten inkorten (bv. om de begiftigde zekerheid te geven dat de schenking niet later wordt aangevochten). Kies 'afstand-tegen-derden-verkrijgers' wanneer de begiftigde het geschonken goed (wil) verder vervreemden (om niet) en de reservataire erfgenamen daarmee willen instemmen zonder hun eventuele inkortingsrecht tegen de begiftigde zelf te verliezen — enkel de vordering tegen de opvolgende derde-verkrijger(s) om niet vervalt. Beide varianten zijn onderling combineerbaar (een afstand van de inkorting zelf sluit een bijkomende instemming met een latere vervreemding niet uit), maar dekken een verschillend risico: nazien welk risico de partijen precies willen uitsluiten.",
    nazicht: {
      status: "na_te_kijken",
      datum: "2026-07-12",
      aandachtspunten: "Bron dateert van de codificatie familiaal vermogensrecht (1 juli 2022) — bevestig dat art. 4.150/4.152/4.156 BW sindsdien niet zijn gewijzigd.",
    },
  },
  {
    id: "erfovereenkomst-punctueel-inkorting-waarde",
    titel: "Punctuele erfovereenkomst — waarde van het geschonken goed voor de inkorting",
    categorie: "erfrecht",
    omschrijving:
      "De vermoedelijke erfgenamen van de schenker aanvaarden vervroegd (in de schenkingsakte zelf of bij een later contract) de intrinsieke waarde van een schenking vrijgesteld van inbreng op de dag van de schenking, als grondslag voor de rekenboedel en de inkorting (art. 4.153 BW, dat verwijst naar art. 4.90 BW). Kies de hypothese naargelang de begiftigde vanaf de schenking al dan niet het recht had om over de volle eigendom te beschikken.",
    tekst:
      "Is/zijn hier tussengekomen (of, bij een later contract: zijn verschenen) {{namen_tussenkomende_erfgenamen}}, vermoedelijke erfgena(a)m(en) van {{naam_schenker}} (de schenker), die erkent/erkennen door de instrumenterende notaris te zijn ingelicht dat, overeenkomstig artikel 4.153 van het Burgerlijk Wetboek, om de inkorting te bepalen een rekenboedel wordt gevormd uit alle bij het overlijden van de schenker aanwezige goederen, waarbij de bij schenking weggegeven goederen fictief worden toegevoegd volgens hun staat en waarde zoals bepaald in artikel 4.90, §§2 tot 9 van het Burgerlijk Wetboek, met betrekking tot de schenking gedaan aan {{naam_begiftigde}} (de begiftigde), vrijgesteld van inbreng.",
    varianten: [
      {
        id: "volle-eigendom-vanaf-schenking",
        hypothese: "De begiftigde had vanaf de schenking het recht om over de volle eigendom te beschikken",
        tekst:
          "Overeenkomstig artikel 4.90, §2 van het Burgerlijk Wetboek (via de verwijzing van artikel 4.153 van het Burgerlijk Wetboek) wordt de schenking voor de berekening van de rekenboedel fictief toegevoegd volgens de intrinsieke waarde van het geschonken goed op de dag van de schenking, geïndexeerd vanaf deze dag tot op de dag van het overlijden van de schenker, in functie van de index der consumptieprijzen van de maand van het overlijden, met als basisindex deze van de maand waarin de schenking werd gedaan. Overeenkomstig artikel 4.90, §4 van het Burgerlijk Wetboek is die waarde deze die in deze akte is vermeld, behoudens indien zij manifest onredelijk is gelet op de staat en de toestand van het goed op de dag van de schenking.\n\nDe tussenkomende partij(en) verklaart/verklaren, met toepassing van artikel 4.90, §5 van het Burgerlijk Wetboek, uitdrukkelijk deze waarde te aanvaarden, hetzij de waarde van {{waarde_geschonken_goed}}, en zich ertoe te verbinden deze bij het openvallen van de nalatenschap niet manifest onredelijk te beschouwen. Deze aanvaarding geldt ook voor hun rechtverkrijgenden.",
        toelichting:
          "De rekenboedel is gelijk aan de waarde van de netto-nalatenschap van de schenker bij zijn overlijden, vermeerderd met de waarde van alle goederen die de schenker ooit heeft geschonken; overschrijdt de totale waarde van de schenkingen vrijgesteld van inbreng de helft van die rekenboedel, dan kunnen de vermoedelijke erfgenamen het teveel geschonkene terugvorderen (inkorting). Het bedrag dat fictief wordt toegevoegd is gelijk aan de (geïndexeerde) waarde op de dag van de schenking — stijgingen/dalingen van het goed zelf, boven of onder de indexering, komen of blijven uitsluitend ten laste/voordele van de begiftigde; opbrengsten en genot sinds de schenking worden niet verrekend. Door deze aanvaarding kunnen de tussenkomende partijen nadien niet meer aanvoeren dat de waarde onredelijk is; laat de waarde desgewenst verifiëren door een deskundige. De aanvaarding verplicht niet tot latere aanvaarding van de nalatenschap; treden afstammelingen in de plaats, dan blijven ook zij gebonden.",
      },
      {
        id: "beperkt-recht-vanaf-schenking",
        hypothese: "De begiftigde had NIET vanaf de schenking het recht om over de volle eigendom te beschikken (bv. schenking onder voorbehoud)",
        tekst:
          "In afwijking van artikel 4.90, §3 van het Burgerlijk Wetboek (via de verwijzing van artikel 4.153 van het Burgerlijk Wetboek) — dat voorziet dat bij ontstentenis van een andersluidende overeenkomst in dat geval de waarde van het goed op de dag waarop de begiftigde het recht op de volle eigendom verkrijgt in aanmerking wordt genomen — komen {{naam_schenker}} (de schenker) en {{naam_begiftigde}} (de begiftigde), met toepassing van artikel 4.90, §6 van het Burgerlijk Wetboek, overeen dat de voor de rekenboedel in aanmerking te nemen waarde niettemin deze zal zijn van het geschonken goed op de dag van de schenking, hetzij {{waarde_geschonken_goed}}, geïndexeerd vanaf deze dag tot op de dag van het overlijden van de schenker in functie van de index der consumptieprijzen van de maand van het overlijden, met als basisindex deze van de maand waarin de schenking werd gedaan.\n\nIn voorkomend geval aanvaarden ook de tussenkomende vermoedelijke erfgenamen {{namen_tussenkomende_erfgenamen}} deze waarde uitdrukkelijk, overeenkomstig artikel 4.90, §5 van het Burgerlijk Wetboek, en verbinden zij zich ertoe deze bij het openvallen van de nalatenschap niet manifest onredelijk te beschouwen. Deze aanvaarding geldt ook voor hun rechtverkrijgenden.",
        toelichting:
          "Wettelijke regel (bij ontstentenis van deze overeenkomst): zolang de schenker zich bepaalde rechten heeft voorbehouden (bv. vruchtgebruik), kan de begiftigde niet vrij over het goed beschikken; het wettelijk in aanmerking te nemen bedrag zou dan gelijk zijn aan de waarde op het ogenblik dat de begiftigde wél de volle beschikking verkrijgt. Door deze afwijkende overeenkomst komen schenker en begiftigde overeen dat toch al de (geïndexeerde) datum-van-schenking-waarde geldt voor de rekenboedel, met dezelfde gevolgen als bij de andere hypothese.",
      },
    ],
    parameters: [
      { naam: "naam_schenker", omschrijving: "Naam van de schenker" },
      { naam: "naam_begiftigde", omschrijving: "Naam van de begiftigde" },
      {
        naam: "namen_tussenkomende_erfgenamen",
        omschrijving: "Vermoedelijke erfgena(a)m(en) van de schenker die de waarde aanvaarden (niet noodzakelijk alle erfgenamen)",
        voorbeeld: "de heer Peeters Tom en mevrouw Peeters Ines",
      },
      { naam: "waarde_geschonken_goed", omschrijving: "Intrinsieke waarde van het (van inbreng vrijgestelde) geschonken goed op de dag van de schenking" },
    ],
    toepasbaarOp: ["erfovereenkomst", "schenking"],
    thema: "familie",
    soort: "MODCL",
    bron: "Punctuele erfovereenkomsten inzake de inkorting — Meester Ernst van Soest en Meester Lorette Rousseau, goedgekeurd door de Werkgroep ad hoc Familierecht, bijgewerkt tot 1 juli 2022 — integratie/drive-backup/",
    versie: "1.0",
    datum: "2026-07-12",
    wetsbasis: ["art. 4.243 e.v. BW (toegelaten erfovereenkomsten)", "art. 4.153 BW (rekenboedel voor de inkorting)", "art. 4.90 §§2-6 BW (waardering)"],
    agentwenken:
      "Zelfde keuzelogica als bij het analoge onderdeel voor de inbreng (erfovereenkomst-punctueel-inbreng-waarde), maar dan voor een schenking die vrijgesteld is van inbreng en dus enkel voor de INKORTING (niet voor de inbreng zelf) van belang is: kies 'volle-eigendom-vanaf-schenking' in het gewone geval, en 'beperkt-recht-vanaf-schenking' wanneer de schenker zich een recht heeft voorbehouden dat de begiftigde verhindert onmiddellijk over de volle eigendom te beschikken (bv. schenking met voorbehoud van vruchtgebruik). Combineerbaar met het vorige onderdeel (afstand van de vordering tot inkorting) — de waarde-afspraak regelt de grondslag, de afstand regelt of er überhaupt nog een vordering kan worden ingesteld.",
    nazicht: {
      status: "na_te_kijken",
      datum: "2026-07-12",
      aandachtspunten: "Bron dateert van de codificatie familiaal vermogensrecht (1 juli 2022) — bevestig dat art. 4.153/4.90 BW sindsdien niet zijn gewijzigd.",
    },
  },
];
